Het onderhoud van de vijver


Het voorjaar
In het voorjaar is het onderhoud in hoofdzaak gericht op de planten. Plantkorven met waterlelies moeten op rottende worteldelen gecontroleerd worden. De rottende delen kunnen met een mes weggesneden worden. De plantkorven moeten eventueel opnieuw aangevuld worden met aarde. Ook kunnen het beste in het voorjaar planten aan de rand of in de moerassige gedeelten van de vijver gepoot worden. Losgevroren tegels of stenen aan de rand van de vijver kunnen met cement (ÈÈn deel cement op drie delen zand) weer stevig vastgezet worden.

De zomer
In de zomer hoeft maar weinig onderhoud gepleegd te worden. De waterwaarden kunnen in de gaten gehouden worden. Pompen of andere apparatuur kunnen gecontroleerd worden, en filters af en toe gereinigd worden. Zich te sterk ontwikkelende zuurstofplanten moeten enigszins gesnoeid worden. Eventuele alggroei moet verwijderd worden.

Het najaar
Het belangrijkste onderhoud vindt in het najaar plaats. Om bodemverzuring gedurende de wintermaanden en alggroei in het vroege voorjaar te voorkomen moet de vijver worden geschoond van afgestorven plantendelen en bladeren. In sommige gevallen is het handig om een net over de vijver te spannen zodat bladeren niet in het water terecht kunnen komen.
Zuurstofplanten moeten gecontroleerd worden op oude en bealgde delen en algen moeten uiteraard verwijderd worden. Te groot geworden waterlelies kunnen gedeeld en herpoot worden. Te dicht begroeide moerasdelen kunnen uitgedund worden. Het is echter belangrijk om niet teveel te snoeien. Zo'n tweederde van de groeikrachtige planten moeten intact blijven.
Ook kan het vijverwater geheel ververst worden. Dit is echter desastreus voor allerlei insekten en insektenlarven die zich in het water bevinden. Deze diertjes kunnen eventueel in een emmer bewaart worden en na de reiniging weer in het water uitgezet worden. Pompen en slangen moeten verwijderd of afgetapt worden, zodat zij niet kapot kunnen vriezen. Als de vijver diep genoeg is, dat wil zeggen in ieder geval dieper dan 70 centimeter, dan kunnen koudwatervissen in de vijver overwinteren. Tropische en jonge, pasgeboren vissen kunnen echter niet in de vijver overwinteren; zij moeten uit de vijver gevist worden en in een aquarium overwinteren.
Belangrijk bij het ingaan van de winter is de waterhardheid. Deze moet tussen 10 en 12 GH liggen, indien nodig kan de hardheid verhoogt worden met in de vakhandel verkrijgbare produkten.

De winter
In het najaar neemt de activiteit van vijverplanten af. Er wordt dan niet meer zoveel koolstofdioxide omgezet in zuurstof. Dit betekent dat in de winter een zuurstofgebrek kan optreden. In strenge winters wordt dit nog verergerd, omdat door een ijslaag geen zuurstof meer wordt opgenomen aan het wateroppervlakte.
Als er vissen in de vijver overwinteren, dan moet vooral in kleinere vijvers het zuurstof gehalte op een andere manier op peil gehouden worden. Dit kan door een beluchtingsapparaat. Dit apparaat brengt het water in beweging, waardoor luchtbelletjes met daarin zuurstof in het water worden opgenomen, en koolstofdioxide aan de oppervlakte ontwijkt. Een andere mogelijkheid is het ijsvrij houden van (een gedeelte van) de vijver. Dit kan door steeds een wak uit te hakken, of speciale drijvers in de vijver te installeren.
Het is niet verstandig 's winters op het ijs op de vijver te lopen. Niet alleen stoort u hiermee de vissen in de vijver, bovendien bestaat dan het risico dat vijverfolie of polyester wandmateriaal beschadigd raakt door spanningen in het ijs.